Geplaatst om 04:00 op 21 november 2018 door Tussendoor

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen niet

In een procedure over naheffingsaanslagen premieheffing volksverzekeringen heeft Hof Den Bosch prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd. De naheffingsaanslagen waren opgelegd aan een in Nederland wonende persoon die werkte op een binnenschip waarvoor een Rijnvaartverklaring was afgegeven. De eerste vraag is of aan het door Nederland niet naleven van procedurevoorschriften de consequentie moet worden verbonden dat de inspecteur geen premie volksverzekeringen kan heffen als een andere lidstaat van de belanghebbende sociale verzekeringspremies heeft geheven. Deze vraag heeft de Hoge Raad al beantwoord in een eerder arrest van 5 oktober 2018. Deze vraag hoeft dus in deze procedure niet beantwoord te worden. De tweede vraag is of Nederland na 1 mei 2010 gebonden is aan een eerder door Luxemburg aan een Rijnvarende afgegeven E101-verklaring die op grond van Verordening 1408/71 voor 1 mei 2010 Nederland niet bond.

Volgens de belanghebbende is de E101-verklaring nooit ingetrokken. Op verzoek van de inspecteur heeft het bevoegde orgaan in Luxemburg aan de SVB bericht dat de E101 verklaring met ingang van 1 januari 2007 is ingetrokken. Hof Den Bosch heeft niet vastgesteld of de E101 verklaring nog van kracht is. Indien voor het hof komt vast te staan dat de E101-verklaring niet meer geldig is, is de tweede prejudiciële vraag niet ter zake dienend. Een antwoord op de tweede vraag is daarom niet nodig om op het hoger beroep te beslissen. De Hoge Raad heeft afgezien van beantwoording van de prejudiciële vragen.

Sociale verzekeringen van Anema

11 april 2018

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vragen van de vaste commissie voor Sociale lees meer

26 september 2018

Sinds 1 januari 2013 gaat de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog. Voor een specifieke groep, die kort lees meer

Stel uw vraag aan de specialisten van Anema. Wij helpen u graag.

Stel uw vraag