Geplaatst om 04:00 op 20 december 2018 door Tussendoor

Crisisheffing en ontbonden rechtspersoon

Ten tijde van de economische crisis is naast de loonbelasting enkele jaren de zogenaamde crisisheffing geheven. Inhoudingsplichtig voor de crisisheffing was degene tot wie een of meer personen in dienstbetrekking stonden en die in het voorafgaande kalenderjaar een loon hadden van meer dan € 150.000. Het genietingsmoment voor de crisisheffing van het jaar 2014 was 31 maart 2014. Een ontbonden rechtspersoon heeft geen personen in dienstbetrekking en kan niet op grond van de Wet op de loonbelasting worden aangemerkt als inhoudingsplichtige.

Volgens het Uitvoeringsbesluit loonbelasting was een voormalige inhoudingsplichtige, die op 31 maart van een kalenderjaar niet meer inhoudingsplichtig was, de crisisheffing verschuldigd over het in het voorafgaande kalenderjaar betaalde loon.

De vraag in een procedure voor de Hoge Raad was of op grond van deze bepaling ook een inmiddels ontbonden rechtspersoon als inhoudingsplichtige voor de crisisheffing kon worden aangemerkt. Bevestigende beantwoording van die vraag zou een verruiming van het begrip inhoudingsplichtige ten opzichte van de wet zijn. De delegatiebepaling in de Wet op de loonbelasting, waarop de bepaling van het Uitvoeringsbesluit berustte, was niet bedoeld voor een verruiming van het begrip inhoudingsplichtige. De Hoge Raad is van oordeel dat er geen wettelijke basis is om een ontbonden rechtspersoon tot wie geen personen in dienstbetrekking staan te doen herleven als inhoudingsplichtige voor de crisisheffing voor het jaar 2014.

Loonbelasting van Anema

06 december 2018

De 30%-regeling moet het bedrijfsleven beter in staat stellen om werknemers met een schaarse lees meer

01 augustus 2019

Buitenlandse belastingplichtigen ontvangen met ingang van 2019 het belastingdeel van de lees meer

Stel uw vraag aan de specialisten van Anema. Wij helpen u graag.

Stel uw vraag