Geplaatst om 23:00 op 17 april 2019 door Tussendoor

Lagere AOW-uitkering voor samenwonende

Voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) is sprake van een gezamenlijke huishouding als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij zorgdragen voor elkaar, bijvoorbeeld door het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding. In een strikt zakelijke kostgangersrelatie is geen sprake van een gezamenlijke huishouding. Om een dergelijke kostgangersrelatie aan te tonen moet er een contract zijn, waarin de prestaties over en weer zijn vastgelegd en moet voor de kost en inwoning een commerciële prijs worden betaald. Die moet aan de hand van betaalgegevens gecontroleerd kunnen worden.

De Centrale Raad van Beroep stelde in een procedure vast dat de aanvrager van een AOW-uitkering met iemand anders zijn hoofdverblijf had in dezelfde woning. Het geschilpunt betrof de vraag of het verlenen van wederzijdse zorg op een commerciële basis berustte.

De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat er geen door zakelijke verhoudingen beheerste kostgangersrelatie bestond tussen beide bewoners. De in de procedure overgelegde overeenkomst bevatte geen specificatie van de vergoeding voor de verschillende prestaties, zodat geen onderscheid kon worden gemaakt tussen huisvesting, kostgangerschap en overige diensten. Daardoor kon niet worden beoordeeld of sprake was van een commerciële prijs voor kost en inwoning. De AOW-uitkering was terecht vastgesteld naar het lagere niveau voor een gehuwde.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ongegrond verklaard.

Sociale verzekeringen van Anema

04 juli 2019

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel temporisering verhoging AOW-leeftijd aangenomen. Deze wet lees meer

11 oktober 2018

Hof Den Bosch heeft prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd over de verzekeringsplicht in lees meer

Stel uw vraag aan de specialisten van Anema. Wij helpen u graag.

Stel uw vraag