Geplaatst om 04:00 op 15 augustus 2018 door Tussendoor

Gebonden aan A1-verklaring

Een inwoner van Nederland werkte in het jaar 2013 op een binnenschip. In dat jaar was hij in loondienst bij een Nederlandse bv. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft een zogenaamde A1-verklaring afgegeven, waarin stond dat de belanghebbende als werknemer van een in Nederland gevestigde bv in 2013 was onderworpen aan de heffing van premies volksverzekeringen in Nederland. In 2014 heeft de SVB een nieuwe A1-verklaring afgegeven met als strekking dat de belanghebbende in 2013 en 2014 onder de Nederlandse premieheffing volksverzekeringen viel. Tegen de A1-verklaring is bezwaar en beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. Op het hoger beroep van de SVB heeft de Centrale Raad van Beroep de SVB opgedragen om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tegelijk met de nieuwe uitspraak op bezwaar heeft de SVB in 2018 een nieuwe A1-verklaring afgegeven. Volgens de nieuwe A1-verklaring was de belanghebbende van 1 februari 2013 tot en met 30 april 2014 onderworpen aan de heffing van premies volksverzekeringen in Nederland.

In de tussentijd heeft de Belastingdienst de aanslag IB/PVV 2013 opgelegd. De in de aangifte verzochte vrijstelling voor de premieheffing volksverzekeringen is bij de aanslag niet verleend. De belanghebbende maakte bezwaar en ging vervolgens in beroep tegen de uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft het gerechtshof de Hoge Raad om een prejudiciële beslissing gevraagd over de gevolgen van en de gebondenheid aan de door de SVB gegeven A1-verklaring van 2013. Deze is onherroepelijk geworden en was op het moment van stellen van de vragen nog niet ingetrokken.

De advocaat-generaal (A-G) bij de Hoge Raad heeft een conclusie aan deze zaak gewijd. De A-G meent dat de Belastingdienst gebonden is aan een door de SVB afgegeven onherroepelijk geworden A1-verklaring. De A-G constateert dat de A1-verklaring van 2013 inmiddels is ingetrokken en geeft het hof daarom in overweging om uit te gaan van de A1-verklaring uit 2018. De bevoegdheid om te oordelen over de inhoud van een A1-verklaring komt niet toe aan de belastingrechter maar aan de sociale-zekerheidsrechter. Dat heeft tot gevolg dat de belastingrechter een afgegeven A1-verklaring dient te volgen, ook al meent de belastingrechter dat de verklaring op onjuiste feiten of op een onjuiste rechtsopvatting berust.

Sociale verzekeringen van Anema

13 december 2017

Een werknemer die wegens arbeidsongeschiktheid niet kan werken heeft pas na het verstrijken van de lees meer

16 januari 2020

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is in een brief aan de Tweede Kamer ingegaan op de lees meer

Stel uw vraag aan de specialisten van Anema. Wij helpen u graag.

Stel uw vraag