Geplaatst om 23:00 op 03 juli 2019 door Tussendoor

Pseudo-eindheffing hoog loon

In 2013 gold de pseudo-eindheffing hoog loon. Volgens deze regeling werd in het jaar 2012 genoten loon, voor zover dat meer bedroeg dan € 150.000, aangemerkt als op 31 maart 2013 genoten loon. Dat loon werd als een eindheffingsbestanddeel belast naar een tarief van 16%.

In verband met een beursgang kende een van de aandeelhoudende vennootschappen aan het management van de vennootschap die naar de beurs ging eigen aandelen toe. Het betrof een groep van 13 managers, die aandelen ter waarde van € 20 miljoen kregen toegekend. De beursvennootschap sloot met de Belastingdienst over de aandelentoekenning een vaststellingsovereenkomst. Daarin stond onder meer dat het bedrag van € 20 miljoen als een voordeel uit dienstbetrekking werd aangemerkt, waarover de vennootschap loonbelasting zou inhouden en afdragen. De transactie vond plaats in 2012. In 2017 legde de Belastingdienst ter zake een naheffingsaanslag pseudo-eindheffing hoog loon op aan de vennootschap.

Volgens de rechtbank is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van de pseudo-eindheffing hoog loon. De rechtbank vond niet van belang dat de inhoudingsplicht het gevolg was van afspraken met de Belastingdienst. Door de afspraken en de inhouding van loonbelasting behoorde het voordeel tot de grondslag voor de pseudo-eindheffing hoog loon in 2013. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.

Loonbelasting van Anema

05 april 2018

De werkkostenregeling (WKR) is het systeem voor de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen in lees meer

06 september 2018

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen over het lage-inkomensvoordeel lees meer

Stel uw vraag aan de specialisten van Anema. Wij helpen u graag.

Stel uw vraag