Geplaatst om 04:00 op 12 september 2019 door Tussendoor

Bestaan dienstbetrekking niet bewezen

De WW definieert als werknemer de natuurlijke persoon, die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. Om het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aan te nemen moet sprake zijn van een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, van een gezagsverhouding en van een verplichting tot het betalen van loon. Bij de beoordeling van een arbeidsverhouding moet niet alleen gelet worden op de rechten en verplichtingen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar ook op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding. Dat volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad.

De voormalige bestuurder van een inmiddels failliet verklaarde bv verzocht het UWV om overname van de betalingsverplichtingen van de bv. De bestuurder diende aan de hand van objectieve en controleerbare gegevens aannemelijk te maken dat hij recht op een uitkering had. Volgens de Centrale Raad van Beroep brengt deze bewijslast met zich mee dat de bestuurder het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking met de bv aannemelijk moest maken. Stukken, waaruit het aangaan van een arbeidsovereenkomst kon worden afgeleid, waren er niet. Dat de bestuurder loon had ontvangen en dat er pensioenpremie was afgedragen, was onvoldoende om vast te stellen dat er ook een verplichting tot het betalen van loon heeft bestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van de bestuurder afgewezen.

Sociale verzekeringen van Anema

12 september 2018

Per 1 januari 2017 is de Wet financiering sociale verzekeringen gewijzigd. Werkgevers kunnen ervoor lees meer

12 september 2017

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een voorstel tot wijziging van de lees meer

Stel uw vraag aan de specialisten van Anema. Wij helpen u graag.

Stel uw vraag